Groninger Nova Jazz Project

Stan Getz – van Europa naar Brazilië

Stan Getz (1927–1991) behoort tot de meest herkenbare stemmen uit de geschiedenis van de jazz. Zijn warme, lichte en bijna menselijke tenorsaxofoonklank leverde hem de bijnaam The Sound op. Maar achter die typisch Amerikaanse jazzmusicus schuilt een opmerkelijk internationaal verhaal. Getz was een kind van Europese emigranten, groeide op in New York, bracht belangrijke jaren door in Scandinavië en zou uiteindelijk een van de belangrijkste muzikale bruggen slaan tussen de Amerikaanse jazz en de Braziliaanse bossa nova.

Stanley Gayetski werd op 2 februari 1927 geboren in Philadelphia. Zijn vader Alexander was geboren in Londen. Zijn grootouders van vaderskant, Harris en Beckie Gayetski, waren afkomstig uit de omgeving van Kyiv in Oekraïne. Als Joodse familie waren zij naar Londen gevlucht vanwege de vervolging en pogroms in het Russische rijk. In de Londense wijk Whitechapel bouwden zij een nieuw bestaan op. Daar dreven zij jarenlang een kleermakerij, voordat zij in 1914 naar de Verenigde Staten emigreerden. De familienaam Gayetski werd daar uiteindelijk Getz.

Die geschiedenis maakt Getz tot een bijzondere vertegenwoordiger van de grote Europese migratie naar Amerika. Zijn familie bewoog zich van Oekraïne naar Londen en vervolgens naar de Verenigde Staten. Stan zelf zou later opnieuw de Atlantische Oceaan oversteken, maar nu niet als emigrant: als musicus. Het gezin verhuisde tijdens de economische crisis van Philadelphia naar New York. Daar groeide Getz op in de Bronx. Al op jonge leeftijd bleek zijn uitzonderlijke muzikale aanleg. Hij kreeg als tiener een saxofoon en ontwikkelde zich razendsnel. Op vijftienjarige leeftijd speelde hij al professioneel. In de jaren veertig werkte hij met grote orkesten en verwierf hij bekendheid bij Woody Herman. Zijn opname van Early Autumn uit 1948 maakte hem tot een van de belangrijkste nieuwe stemmen van de naoorlogse jazz.

Getz werd vooral beroemd vanwege iets wat moeilijk in woorden te vangen is: zijn toon. Zijn saxofoon klonk niet hard of agressief, maar helder, warm en zangerig. Hij kon een melodie bijna laten klinken alsof een menselijke stem haar zong. Die lyrische benadering zou later van cruciaal belang blijken voor zijn ontmoeting met de Braziliaanse muziek.

EuropaIn de jaren vijftig raakte Getz steeds meer verbonden met Europa. In 1958 verhuisde hij naar Kopenhagen, waar hij enkele jaren woonde en werkte. Hij speelde er onder meer met de Amerikaanse bassist Oscar Pettiford en met de Zweedse pianist Jan Johansson. In de clubs van Kopenhagen ontmoette hij een generatie Europese musici die de moderne Amerikaanse jazz nauwgezet volgde en tegelijkertijd een eigen muzikale identiteit ontwikkelde. Die Europese periode is belangrijk voor het begrijpen van Getz als musicus. Hij was niet uitsluitend een Amerikaanse jazzsaxofonist die tijdelijk in Europa verbleef. Hij maakte daadwerkelijk deel uit van de Europese jazzscene. Hij speelde in Scandinavië, nam er muziek op en werkte intensief samen met Europese musici. In zekere zin keerde hij daarmee terug naar het continent waar zijn familiegeschiedenis was begonnen. Zijn grootouders waren vanuit Oekraïne via Londen naar Amerika gekomen; Stan Getz bewoog zich enkele decennia later in omgekeerde richting over de Atlantische Oceaan. Toen hij in 1961 naar de Verenigde Staten terugkeerde, was hij muzikaal gevormd door een veel internationalere ervaring dan alleen de Amerikaanse jazzscene.

Stan Getz – van Europa naar Brazilië

Kort na zijn terugkeer uit Europa kwam een nieuwe muzikale wereld op zijn pad: Brazilië. In de jaren vijftig was daar in Rio de Janeiro een nieuwe muziek ontstaan die bekend zou worden als bossa nova. De muziek was geworteld in de samba, maar had een geheel nieuwe lichtheid en verfijning. De ritmiek was subtieler, de zang ingetogener en de harmonieën sterk beïnvloed door de moderne jazz. Een van de belangrijkste componisten achter deze ontwikkeling was Antônio Carlos Jobim, geboren in Rio de Janeiro op 25 januari 1927. Daarmee waren Jobim en Getz vrijwel exact even oud: Jobim was slechts acht dagen ouder dan Getz.

Dat gegeven is meer dan een aardige biografische bijzonderheid. Het waren twee musici van dezelfde generatie, maar afkomstig uit totaal verschillende muzikale werelden. Getz was gevormd door de Amerikaanse jazz van Lester Young, bebop en cool jazz. Jobim groeide op in Rio en ontwikkelde zich vanuit de Braziliaanse populaire muziek, maar was tegelijkertijd sterk geïnteresseerd in klassieke muziek en moderne harmonische ontwikkelingen. Juist daar ontstond de verbinding. Getz vertelde later dat Jobim hem uitlegde dat de bossa nova zelf eigenlijk al een ontmoeting was tussen twee culturen. Jobim had als jonge musicus geluisterd naar Amerikaanse jazzmusici als Getz, Miles Davis en Gerry Mulligan. De moderne harmonieën en de ontspannen benadering van de Amerikaanse cool jazz verwerkte hij in de Braziliaanse samba. Volgens Getz was bossa nova daardoor vanaf het begin een muzikale vermenging van Brazilië en Amerika. Dat maakt de samenwerking tussen Getz en Jobim zo bijzonder. Getz bracht niet simpelweg een Braziliaans genre naar Amerika. Hij keerde terug naar een muziek waarin Amerikaanse jazz al een belangrijke rol had gespeeld.

Jazz SambaDe eerste grote stap kwam in 1962 met het album Jazz Samba, dat Getz samen met gitarist Charlie Byrd maakte. Byrd had kort daarvoor Brazilië bezocht en bracht de nieuwe muziek mee terug naar de Verenigde Staten. Op het album stond onder meer Jobims compositie Desafinado. Het werd een grote hit en maakte bossa nova in Amerika bekend bij een breed publiek. Maar Getz wilde verder. De muziek fascineerde hem niet alleen omdat zij commercieel succesvol was. De combinatie van Braziliaans ritme, melodische eenvoud en complexe jazzharmonieën paste opvallend goed bij zijn eigen manier van spelen. Zijn zachte, vloeiende tenorsax leek als vanzelfsprekend bij de muziek te horen. De echte ontmoeting met Brazilië volgde in 1963. Getz, João Gilberto en Jobim. In maart 1963 kwamen Stan Getz, João Gilberto en Antônio Carlos Jobim samen in New York voor de opnamen van Getz/Gilberto. De sessies vonden plaats op 18 en 19 maart in de A&R Recording Studios. Jobim speelde piano, João Gilberto zong en speelde gitaar en Getz speelde tenorsaxofoon. Het album bevatte vrijwel uitsluitend composities uit de Braziliaanse muziekwereld, waaronder Jobims Desafinado, Corcovado, Só Danço Samba, O Grande Amor en Vivo Sonhando, naast The Girl from Ipanema, geschreven door Jobim en Vinicius de Moraes. Wat opvalt aan de plaat is juist hoe weinig geforceerd de combinatie klinkt. Getz probeert niet Braziliaans te klinken. João Gilberto probeert geen Amerikaanse jazzmuzikant te worden. Jobim probeert zijn muziek niet aan te passen aan de Amerikaanse markt. Iedereen blijft zichzelf. En juist daardoor ontstaat iets nieuws. Getz' tenorsaxofoon zweeft boven de gitaar van João Gilberto en de harmonieën van Jobim. Zijn toon is niet dominant, maar lyrisch en bijna vocaal. De melodieën van Jobim krijgen door Getz een tweede leven: ze worden tegelijk Braziliaans én jazz.

The Girl from IpanemaHet bekendste voorbeeld is natuurlijk The Girl from Ipanema. De compositie van Jobim en Vinicius de Moraes was oorspronkelijk Garota de Ipanema. Tijdens de Amerikaanse opnames werd er een Engelse tekst toegevoegd. Astrud Gilberto, die oorspronkelijk vooral aanwezig was om haar echtgenoot João te helpen met het Engels, zong uiteindelijk de Engelse passages. De combinatie van haar ingetogen stem, João Gilberto's Portugees en Getz' saxofoon bleek uitzonderlijk effectief. De opname groeide uit tot een wereldhit. Getz/Gilberto werd een van de bestverkochte jazzalbums aller tijden en won in 1965 meerdere Grammy Awards, waaronder die voor Album of the Year. Maar achter het enorme commerciële succes bleef de essentie van de muziek opmerkelijk subtiel. Er is geen grote climax, geen bombast en nauwelijks nadruk. De kracht zit juist in de ruimte tussen de noten. Dat is misschien ook de belangrijkste overeenkomst tussen Getz en Jobim. Beiden begrepen dat schoonheid niet noodzakelijk luid hoeft te zijn.

Een muzikale ontmoeting tussen wereldenDe samenwerking tussen Getz en Jobim kan daardoor worden gezien als meer dan een succesvolle jazzplaat. Het was een ontmoeting tussen verschillende continenten, culturen en muzikale tradities. Jobim bracht de muziek van Rio de Janeiro. João Gilberto bracht de revolutionaire gitaar- en zangstijl van de bossa nova. Getz bracht de lyrische taal van de Amerikaanse cool jazz. Maar Getz had zelf al een leven achter zich waarin grenzen voortdurend waren overschreden. Zijn familie kwam vanuit Oekraïne via Londen naar Amerika. Hijzelf woonde en werkte in Scandinavië. Hij kende de Europese jazzscene van binnenuit en had ervaren dat muziek zich niet aan landsgrenzen houdt. Misschien verklaart dat mede waarom hij zo openstond voor de muziek van Brazilië. Zijn Europese jaren en zijn Braziliaanse periode lijken op het eerste gezicht twee totaal verschillende hoofdstukken in zijn leven. In werkelijkheid passen ze prachtig bij elkaar. In beide gevallen zocht Getz naar musici en muziek die buiten zijn vertrouwde Amerikaanse omgeving lagen.

Verder dan de bossa novaHet succes van Getz/Gilberto had gemakkelijk het eindpunt van zijn artistieke ontwikkeling kunnen zijn. Dat werd het niet. Getz had weinig belangstelling voor het simpelweg herhalen van een succesformule. Na zijn bossa-novaperiode ging hij opnieuw op zoek naar andere muzikale uitdagingen. Hij werkte met musici als Gary Burton, Bill Evans en Chick Corea en bleef experimenteren met nieuwe vormen van jazz. Dat maakt zijn carrière zo bijzonder. Getz was niet alleen de man van The Girl from Ipanema. Hij was een musicus die voortdurend in beweging bleef. Zijn laatste jaren brachten hem zelfs opnieuw naar Europa. In maart 1991, enkele maanden voor zijn overlijden, speelde hij in Kopenhagen samen met pianist Kenny Barron in het legendarische Café Montmartre. De opnamen van die concerten verschenen later onder de titel People Time. Stan Getz overleed op 6 juni 1991 in Malibu, Californië, 64 jaar oud.

Een muzikale wereldburger Het leven van Stan Getz laat zich misschien het best begrijpen als een reis.

Van Oekraïne naar Londen.
Van Londen naar Philadelphia.
Van Philadelphia naar New York.
Van New York naar Kopenhagen.
Van Europa terug naar Amerika.
En vervolgens van Amerikaanse jazz naar Brazilië.

Zijn muziek kende dezelfde beweging. Getz begon in de bigbandjazz, ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste stemmen van de cool jazz, werd een sleutelfiguur in de internationale doorbraak van de bossa nova en bleef daarna zoeken naar nieuwe muzikale vormen. Zijn ontmoeting met Antônio Carlos Jobim vormt daarin een bijzonder hoofdstuk. Twee mannen, vrijwel exact even oud, geboren aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. De één met een familiegeschiedenis die via Oekraïne en Londen naar Amerika leidde; de ander diep geworteld in Rio de Janeiro. De één gevormd door de Amerikaanse jazz, de ander door de Braziliaanse samba en Europese harmonische tradities. Toen hun muziek elkaar ontmoette, ontstond geen compromis tussen twee stijlen. Er ontstond een nieuwe taal. En misschien is dat uiteindelijk de grootste betekenis van Stan Getz: niet dat hij Amerikaanse jazz naar Brazilië bracht, of Braziliaanse muziek naar Amerika, maar dat hij liet horen hoe vanzelfsprekend twee muzikale werelden met elkaar kunnen spreken.  Zijn saxofoon werd daarbij letterlijk een verbindende stem.   Een stem die begon in Amerika, gevormd werd door Europa, en uiteindelijk de wereld veroverde met muziek uit Rio de Janeiro.

"Emigratie als motor van culturele vernieuwing".